Overslaan naar inhoud

In memoriam: Francis Hallé (1938-2025)

Op 31 december 2025, net voor de aanvang van 2026, namen we afscheid van Francis Hallé: botanicus, wetenschapper en onvermoeibaar pleitbezorger van bomen en oerbossen. Met dit eerbetoon staan we stil bij een aantal van zijn belangrijkste verwezenlijkingen. Volledigheid is daarbij onmogelijk, gezien de rijkdom en impact van zijn werk.

Jonge jaren

Francis Hallé werd in 1938 geboren in een dorp langs de Seine, op zo’n veertig kilometer ten zuiden van Parijs, midden in een bosrijk landschap. De nabijheid van het bos wakkerde al vroeg zijn fascinatie voor bomen aan. Net als zijn oudere broer ging hij biologie studeren aan de Sorbonne. Later behaalde hij een doctoraat aan de universiteit van Abidjan in Ivoorkust, waar hij voor het eerst in aanraking kwam met subtropische regenwouden (les forêts humides des basses altitudes). Deze bossen, gekenmerkt door een hoge luchtvochtigheid, dichte boomstructuren en een uitzonderlijke biodiversiteit, maakten een diepe indruk op hem.

Subtropische oerbossen en kroonarchitectuur

Vanaf dat moment legde Hallé zich toe op dit type bos, met een bijzondere focus op oerwouden die zo weinig mogelijk door menselijke activiteit waren verstoord. Tijdens zijn onderzoek in Ivoorkust merkte hij bovendien dat de lokale bevolking bomen niet indeelde op basis van bloemen, zaden of vruchten — zoals in het systeem van Linnaeus — maar op basis van hun vorm. Deze alternatieve manier van determinatie werkte hij in 1970 samen met Roelof Oldeman uit in het essay Essai sur l’architecture et la dynamique de croissance des arbres tropicaux. Daarin introduceerden zij het concept van het ‘architecturaal model’, dat later de basis vormde voor Tropical Trees and Forests: An Architectural Analysis, acht jaar later gepubliceerd. In dit pionierswerk over kroonarchitectuur ontwikkelden Hallé en Oldeman een vernieuwende methode om bomen te beschrijven en te onderscheiden. De kroonvorming werd daarbij bepaald door drie parameters: de vertakking van de stam (ramification), de oriëntatie van de takken en de positie van de bloei. De redenering bij die laatste: wanneer een boom bloeit aan het uiteinde van een tak, kan die tak niet verder groeien en is vertakking onvermijdelijk. Door te streven naar een indeling van alle boomsoorten ter wereld — fossiele soorten inbegrepen — kwamen Hallé en Oldeman uiteindelijk tot 22 architecturale modellen, elk vernoemd naar een plantkundige. 6 à 7 van deze modellen komen ook in de Lage Landen voor. Daarnaast introduceerden zij het concept van ‘reiteratie’: een vorm van vegetatieve reproductie waarbij op een oude boom een jongere boom ontstaat die de kroonarchitectuur geheel of gedeeltelijk herhaalt. In zulke gevallen kan de boom worden opgevat als een soort kolonie.

Hallé maakte er een gewoonte van om tijdens zijn observerende analyses bijzonder verfijnde tekeningen te maken. Ze verschenen in zijn publicaties en helpen om de complexiteit van kroonarchitectuur op een visueel heldere manier inzichtelijk te maken. Zijn observaties werden verder verrijkt door inzichten uit de genetische systematiek van bomen.

Voor zijn onderzoek reisde hij uitgebreid door subtropische regio’s in Afrika, Azië en Indonesië. Vanaf 1971 was hij gedurende bijna 30 jaar professor plantkunde aan de universiteit van Montpellier, een functie die hij combineerde met intensief veldonderzoek.

Association Francis Hallé

In de loop van zijn leven zag Francis Hallé hoe oerbossen steeds verder achteruitgingen: in de subtropen, maar ook dichter bij huis, zoals in het laatste oerbos van Europa in Polen. Die vaststelling bracht hem ertoe in actie te komen. Begin 2019 werd daarom de Association Francis Hallé pour la forêt primaire opgericht, met als doel een grote droom van Hallé te realiseren: de creatie van een nieuw oerbos in West-Europa. Concreet betekent dit de bescherming van een gebied van ongeveer 70.000 hectare, waar een bestaand bos zich gedurende meerdere eeuwen volledig autonoom kan ontwikkelen, zonder menselijke tussenkomst. Fauna en flora krijgen er de ruimte om zich vrij te vernieuwen en te evolueren. Volgens de visie van de organisatie levert een dergelijk bos een noodzakelijke bijdrage aan het aanpakken van de klimaat- en biodiversiteitscrisis, aan het welzijn en de gezondheid van mensen en aan duurzame economische activiteiten zoals ecobosbouw in Europa.

Twee jaar later werd het project voorgesteld op een bijeenkomst van de IUCN, het internationale samenwerkingsverband op het hoogste politieke niveau voor natuurbehoud. Het initiatief kreeg steun van verschillende prominente figuren, onder wie Frans Timmermans, voormalig vicevoorzitter van de Europese Commissie.

Zijn nalatenschap

Francis Hallé wijdde zijn leven aan het bestuderen van bomen als levende, complexe organismen. Zijn onderzoek naar boomarchitectuur en het leven in het bladerdak heeft ons fundamenteel anders leren kijken naar hoe bomen groeien, functioneren en samenleven met hun omgeving. Hij benadrukte steeds dat bomen tijd, ruimte en respect nodig hebben — voorwaarden die in onze steden al te vaak ontbreken. Zijn inzichten blijven dan ook uiterst relevant in het hedendaagse stedelijke debat. Hallé pleitte consequent voor het behoud van grote, volwassen bomen en voor steden die zich aanpassen aan bomen, in plaats van andersom. Daarmee leverde hij een blijvende en inspirerende bijdrage aan onze visie op leefbare, klimaatrobuuste en biodiverse steden.

Bronnen

In memoriam: Francis Hallé (1938-2025)
Bomen Beter Beheren 15 januari 2026
Deel deze post
Drie financiële scenario's voor groen in de stad