Steden staan wereldwijd voor een grote uitdaging: het verzoenen van bevolkingsgroei én de noodzaak om klimaatrobuust te worden en biodiversiteitsverlies tegen te gaan, in de EU juridisch verankerd in de Europese Natuurherstelwet. Die wet schrijft voor dat steden tegen 2030 geen nettoverlies meer aan groene ruimte en boomkroonbedekking mogen hebben, gerekend vanaf 2024 (wanneer de wet van kracht ging). Na 2030 moet er zelfs een toename van groene ruimte en boomkroonbedekking worden gemeten.
Om inzicht te krijgen in mogelijke oplossingen liet de Nederlandse overheid kosten-batenanalyses uitvoeren voor de aanleg en onderhoud van groen in drie scenario’s. Scenario 1 richt zich op compensatiegroen: het groen dat verdwijnt door woningbouw wordt één-op-één gecompenseerd. In scenario 2 groeit het groen mee met de stad, door bovenop compensatie een minimumaantal m² groen per woning toe te voegen, conform de groennormen van de metropoolregio’s Amsterdam en Utrecht. Scenario 3 verlegt de focus van kwantiteit naar kwaliteit en zet in op een gezonde, klimaatadaptieve leefomgeving, waarbij 40% van de belangrijkste stedelijke routes van schaduw wordt voorzien.
Een woordje uitleg bij de grafieken van elk scenario
De grafieken tonen zowel kosten als baten. Tot de kosten behoren aanleg, beheer en onderhoud en afschrijving (het tussentijds vervangen van plantgoed). [1] De baten omvatten directe financiële opbrengsten, indirecte financiële baten en niet-financiële baten, waarvan een deel monetariseerbaar is. De grootste monetariseerbare baten zijn vermeden gezondheidskosten (onder meer door betere luchtkwaliteit), klimaatmitigatie via CO₂-opslag en vermeden waterschade. Daarnaast zijn er niet-financiële, niet-monetariseerbare baten: kwaliteitsvol groen versterkt de biodiversiteit en bevordert een gezonde leefomgeving, met positieve effecten op mentale gezondheid en beweging. Volgens de onderzoekers vertegenwoordigen deze baten het grootste aandeel, al is hun omvang in de grafieken slechts illustratief omdat ze (nog) niet in euro’s uit te drukken zijn. De bateninschatting is bewust conservatief; naarmate het wetenschappelijk inzicht groeit, verwachten de auteurs dat de totale baten eerder zullen toenemen dan afnemen.
De resultaten zijn opvallend. Niet alleen nemen de kosten toe naarmate de opgave groter wordt, ook de baten groeien mee. Van scenario 1 naar scenario 3 stijgen zowel kosten als baten, waarbij in scenario 3 de financiële kosten vrijwel volledig worden gedekt door financiële baten. Dat maakt dit scenario tot een nagenoeg sluitende financiële businesscase. Tot slot benadrukt het rapport dat grondgebonden groenmaatregelen – zoals bomen, struiken en gras – doorgaans kostenefficiënter zijn dan gebouwgebonden maatregelen, zoals groene gevels en sedumdaken, en daarom de voorkeur verdienen.
Bij de baten worden enerzijds direct financiële opbrengsten (meetbare geldstromen zoals verkoopopbrengsten) en indirect financiële baten (indirecte voordelen voor bedrijf vb. bedrijfsreputatie, bedrijfsinnovatie, …) gerekend. Daarenboven worden niet-financiële baten toegevoegd, waarvan sommige monetariseerbaar zijn. De grootste monetariseerbare baten zijn vermeden gezondheidskosten dankzij bijvoorbeeld betere luchtkwaliteit, klimaatmitigatie (door CO2-opslag) en vermeden waterschade. Ten slotte zijn er de niet financiële, niet monetariseerbare baten: kwaliteitsvol groen versterkt de biodiversiteit en zorgt voor een gezonde leefomgeving die onder meer mentale gezondheid en beweging stimuleert. De onderzoekers kennen aan de niet-financiële, niet monetariseerbare batenpost het grootste aandeel toe: kwaliteit van de leefomgeving geeft mens, dier en plant een grote impuls en valt niet te onderschatten, vinden ze. Aangezien deze post echter (nog) niet monetariseerbaar is, is de grootte van dit aandeel in de grafiek zuiver illustratief. Niettemin beschouwen ze hun batenbeoordeling conversatief en verwachten ze naarmate dat wetenschappelijk onderzoek vordert, de totale baten op termijn eerder hoger dan lager zullen uitvallen.



(Bronnen van grafieken: Financiële verkenning Groen in en om de Stad, Rebel, 2024. Financiële verkenning maatlat klimaatadaptatie, Rebel, 2024.)
Enkele take-aways
De resultaten zijn opvallend. Ten eerste stijgen niet alleen de kosten bij een grotere opgave, maar ook de baten. Van scenario 1 naar scenario 3 wordt de opgave en dus de kosten steeds groter, maar ook de baten stijgen mee. Bovendien worden in scenario 3 de financiële kosten reeds bijna volledig gedekt door de financiële baten. Dit scenario presenteert een nagenoeg dekkende financiële businesscase. Een derde en laatste vermeldenswaardige aanbeveling die naar boven komt uit het onderzoek: groene maatregelen zijn overwegend goedkoper. Het rapport beveelt daarom aan om grondgebonden groenmaatregelen (bomen, struiken, gras) voorkeur te geven op gebouwgebonden maatregelen (groene gevel, sedumdak).
Het volledige rapport van scenario 1 en 2 vind je hier.
Het volledige rapport van scenario 3 vind je hier.
Voetnoot
[1] In de grafiek van scenario 3 is de afschrijvingskost niet mee opgenomen. De reden hiervoor wordt niet vermeld in het onderzoek.
Start hier met schrijven...